-

Kennis van homeopatische middelen (materia medica)

Introductie

Homeopathie als therapie draait vooral om het gebruik van homeopathische middelen (zie overzicht homeopathische middelen met korte beschrijvingen). Tijdens de homeopatische consulten wordt namelijk geprobeerd om voldoende informatie te verzamelen zodat het juiste middel gekozen kan worden of om het effect van een middel te evalueren. En natuurlijk moet het middel uiteindelijk het werk doen bij het behandelen van de klachten. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot bijvoorbeeld massagetherapie, psychotherapie, kleurentherapie, etc. Omdat de homeopathische middelen zo'n grote rol spelen binnen de klassieke homeopathie wil ik in dit artikel meer over dit fenomeen schrijven.

Iets dat voor beginnende homeopaten en mensen die geïnteresseerd zijn lastig is, is dat vaak meer gegevens over een middel bekend zijn dan de klachten van de persoon. Dat wil zeggen iemand heeft misschien 10 symptomen terwijl van een middel een paar honderd bekend zijn. Veel mensen die bijvoorbeeld iets opzoeken over het middel dat ze hebben gekregen lezen dingen die ze helemaal niet bij zichzelf herkennen. Dat komt omdat de informatie uit veel verschillende bronnen komen en in feite een verzameling van symptomen van een grote groep mensen is. Wat daarom belangrijk is, is dat de symptomen en kenmerken waarvoor het middel gegeven bij het middel horen. En niet dat alle klachten van het middel bij de persoon horen. Het juiste middel is het middel dat (als ik het voorgaande voorbeeld gebruik) alle 10 de symptomen van de persoon heeft. Zeker als een bepaald middel voor een acuut probleem wordt gegeven, wordt nogal eens verontwaardigd gereageerd als later gelezen wordt dat het middel past bij bijvoorbeeld jaloerse, achterdochtige, gemene personen. Zo moet echter de materia medica niet worden gebruikt of geïnterpreteerd. Zoals beschreven moet gekeken naar wat er wel is en bij welk middel dit past.

Het begrip 'materia medica'

Wat betreft de informatie over homeopathische middelen gebruiken we vaak de term materia medica. Dit betekent vrij vertaald 'medisch materiaal' en verwijst daarmee naar therapeutisch bruikbare informatie over de middelen. Materia medica wordt in twee contexten gebruikt: als verwijzing naar een soort boek of als kennis over homeopathische middelen. Bijvoorbeeld 'de materia medica van John Henry Clarke' verwijst naar een fysiek boek, terwijl 'ik bestudeer materia medica' naar het bestuderen van homeopathische middelen in zijn algemeenheid verwijst. In de rest van het artikel zal uit de context wel duidelijk worden welke van de twee definities bedoeld wordt.

Ontstaan van de materia medica

Grondlegger van de homeopathie: S. Hahnemann

De grondlegger van de homeopathie, Samuel Hahnemann (1755 - 1843), had als een van zijn bezigheden het vertalen van veel (medische) boeken. Tijdens het vertalen van een van die boeken las hij een stuk over de waarde van cinchonabast (China officinalis) bij het behandelen van malaria. Cinchonasoorten bevatten kinine en dat is later veel gebruikt ter bestrijding van malaria. De verklaring van de auteur dat deze stof zo goed hielp bij malaria was dat de bast een bittere smaak had. Samuel Hahnemann dacht er echter anders over en besloot om eens wat van die bast in te nemen om te kijken wat het effect was. Hij had weliswaar geen last van malaria maar vond het experiment wel interessant. Toen hij genoeg van de bast binnen had gekregen merkte hij dat hij dezelfde symptomen ging vertonen als iemand die last had van malaria. Dat was een belangrijk moment voor de homeopathie omdat Samuel Hahnemann twee belangrijke aspecten van de homeopathie op die manier 'ontdekte'. Ten eerste bedacht hij dat de werkzaamheid van Peruvaanse bast bij malaria wel eens bepaald zou kunnen worden door het feit dat het malaria-achtige klachten veroorzaakte bij gezonde mensen. Met andere woorden: het principe van genezen met het gelijke was geboren. Ten tweede: de manier om erachter te komen waarvoor je een middel kon gebruiken was om het in veilige dosissen aan gezonde mensen te geven en te kijken welke symptomen op den duur geproduceerd werden. Dit laatste was in die tijd uniek en is nu relevant voor het onderwerp van dit artikel. Deze methode om informatie te verzamelen wordt een geneesmiddelenproef genoemd (Engels: proving).

Samenstelling van de materia medica

Voordat Samuel Hahnemann bedacht dat je middelen moet uitproberen onder vastgelegde omstandigheden was er zeker geen sprake van een gestructureerde methode om therapeutische informatie te verzamelen over middelen die in de toenmalige reguliere geneeskunde werden gebruikt. Men bedacht allerlei mengsels en doseringen op basis van intuïtie, bijgeloof, onwetenschappelijke overtuigingen, etc. Je moet bedenken dat het in die tijd nog heel gewoon was dat mensen doodbloedden doordat men teveel aderlatingen had moeten doorstaan, mensen grote hoeveelheden chemicaliën kregen omdat men dacht dat veel zweten, overgeven, etc. hielp om te genezen. Veel mensen hebben bijvoorbeeld ernstige infecties, neurologische klachten of andere problemen gekregen door een overdosis kwikzilver omdat men dacht dat kalomel (waarin veel kwik zit) geschikt was om allerlei klachten te genezen. Men had dit echter niet getest zoals men dat tegenwoordig doet. Kortom enige orde of structuur was in die tijd ver te zoeken en daardoor was het hanteren van een standaard protocol om informatie over de middelen, die tijdens de therapie werden ingezet, te verzamelen een revolutionair idee.

Omdat Samuel Hahnemann een wetenschappelijke instelling had, bedacht hij uitgebreide en strikte protocollen voor de geneesmiddelenproef. Zo moesten de deelnemers onder andere gezond zijn, er mochten tijdens de proef (die soms weken duurden) geen wijzigingen in omstandigheden plaats vinden, deelnemers moesten uitgebreide dagboeken bij houden, de dosering werd nauwkeurig bijgehouden, etc. Het resultaat van de geneesmiddelen proef is een document waarin alle symptomen en kenmerken die tijdens de proef naar voren zijn gekomen zijn beschreven. Door de leider van de proef zijn de details goed uitgevraagd en men heeft proberen uit te filteren welke symptomen werkelijk door het middel veroorzaakt worden. De geneesmiddelenproef is een van de drie bronnen waaruit de materia medica bestaat.

De tweede bron van informatie zijn vergiftigingsgevallen. Bij de geneesmiddelenproef gaat men namelijk nooit zover dat er ernstige, levensbedreigende symptomen ontstaan omdat men dosissen gebruikt die niet giftig zijn. Maar er zijn natuurlijk ook gevallen beschreven in de literatuur waarbij iemand per ongeluk grote hoeveelheden van een bepaalde stof binnenkrijgt en vergiftigingsverschijnselen vertoont. Deze symptomen worden ook aan de materia medica toegevoegd als het zeker is waardoor de vergiftiging veroorzaakt werd.

De derde en laatste bron van informatie is het effect op zieke mensen. Iemand met bepaalde klachten komt op consult en krijgt een homeopathisch middel. Klachten die dan weg gaan (genezen) behoren blijkbaar ook tot het middel. Vaak zijn het bevestigingen van de informatie uit de eerste twee bronnen. Uiteraard is het zo dat men voorzichtig moet zijn met deze bron van informatie. Symptomen die reageren na het innemen van verschillende middelen (dus ook complex homeopathische middelen, waarin verschillende homeopathische middelen bij elkaar worden gedaan) mogen eigenlijk niet mee worden geteld omdat niet duidelijk is welk middel het effect veroorzaakt heeft. Ook mogen niet klakkeloos alle symptomen van de patiënt worden meegenomen als er een algehele verbetering is, alleen de symptomen die werkelijk weg gaan tellen mee.

Het verzamelen van de informatie is niet gebonden aan de diagnose, een orgaan(stelsel) of medische relevantie. Alle mogelijke veranderingen van de gezonde toestand worden meegenomen. Dus als mensen door het innemen van een middel gaan dromen over water of een verlangen naar zout eten krijgen dan wordt dit dus ook beschouwd als symptoom van het middel. Het spectrum van mogelijke symptomen is dus breder dan de huidige reguliere geneeskunde al moet er aantoonbaar een relatie met het middel zijn.

Voorbeeld van symptomen uit verschillende bronnen

Van het middel Aconitum napellus (blauwe monnikskap) zijn een aantal symptomen bekend die uit (een of meerdere) bronnen stammen. Ter illustratie enkele symptomen van het middel aconitum napellus uit de verschillende bronnen:

  • Geneesmiddelenproef - Drukkend en stekend gevoel in de borststreek; onrustige slaap
  • Vergiftiging - Wisselende stemmingen; lippen kleuren zwart; tintelend gevoel in hele huid
  • Genezing - Veel en vaak urineren; klachten (paniek of angst) die ontstaan na blootstelling aan een levensbedreigende ervaring

Toepassing van de materia medica

Alle informatie die verzameld wordt over een bepaald middel stamt dus af van veel verschillende patiënten en de behandeling van verschillende ziekten. Om een stukje ordening aan te brengen in die grote hoeveelheid symptomen worden een soort statistiek bijgehouden. Symptomen die bij meer verschillende mensen voorkomen wegen zwaarder dan symptomen die vaag en algemeen zijn en sporadisch voorkomen. Dus als een symptoom bij 80% van de personen voorkomt dan is het een kenmerkender en duidelijker symptoom dan als het bij 1 enkele persoon voor komt. Overigens speelt de uniekheid of het unieke karakter van het symptoom ook een rol.

Door alle gegevens over een middel te ordenen (op lichaamsfuncties en / of -orgaan(systemen) en de frequentie waarin het voorkomt) kan men een beeld krijgen van een middel. Bepaalde middelen hebben bijvoorbeeld een grote affiniteit met een bepaald orgaan of functie, andere middelen werken het beste bij bepaalde soorten ziekten, weer andere middelen werken als een bepaalde oorzaak een rol speelt, etc.

Belangrijk is het om te beseffen dat de informatie niet alleen uit verschillende bronnen komt maar ook een verzameling is van resultaten die bij veel verschillende mensen ontstaan zijn. Daarom is het duidelijk dat de klachten van de patiënt bij het middel moeten passen en niet andersom. Iemand die alle klachten heeft die bij het middel geregistreerd staan komt er wel heel ongelukkig vanaf want dat kunnen er, vanwege bovenstaande reden, dus heel veel zijn. Mensen die geen degelijke homeopathische achtergrond hebben raken wel eens verward als ze iets gaan opzoeken over het middel dat is geadviseerd. Vaak komen ze veel meer symptomen tegen die ze helemaal niet hebben.

Het nadeel van complex middelen (verschillende homeopathische middelen bij elkaar gedaan) is dus dat niet bekend is hoe het geheel van het nieuwe mengsel precies werkt (zie ook bij vraag en antwoord). Het kan zijn dat het geheel iets anders doet dan een som van de elementen. Zeker omdat bekend is dat bepaalde homeopathische middelen invloed op elkaar kunnen uitoefenen. Van de enkelvoudige middelen (klassieke homeopathie) is wel bekend wat hun werking is en daardoor kunnen ze ook precies worden ingezet.

Typen materia medica boeken

De materia medica is beschreven in verschillende soorten boeken, elk voor een bepaald doel of doelgroep. Zo zijn er boeken die proberen om zo veel mogelijk informatie bij elk middel te vermelden, terwijl andere boeken meer gericht zijn op praktisch gebruik (ze zijn klein, handzaam en beknopt). Een indeling maken is geen kwestie van een zwart-wit indeling, veel boeken behoren tot meerdere categorieën. Zo is de materia medica informatie op deze website zowel een samenvatting als verhalend. Hieronder staat een grove indeling van de verschillende typen materia medica:

Encyclopedieën

Encyclopedia of pure materia medica - T.F. Allen

Deze boeken proberen alle informatie die op het moment van publicatie bekend zijn bij het middel te vermelden. Omdat er zoveel informatie in staat, bestaat het werk vaak uit verschillende delen. Het tot je beschikking hebben van alle informatie is verstandig omdat het dan mogelijk is om alle sop te zoeken en te verifiëren. Enkele voorbeelden:

  • The guiding symptoms of our materia medica; C. Hering; 10 delen
  • The encyclopedia of pure materia medica; T.F. Allen; 12 delen
  • Materia medica viva; G. Vithoulkas; tot nu toe 11 delen gereed, 6-8 delen volgen nog

Het boek van G. Vithoulkas is het meest recente encyclopedische werk, er wordt zelfs nog aan gewerkt.

Samenvattingen

In de praktijk is het niet handig om een 10 of 12-delig boekwerk mee te nemen naar de patiënten. Vandaar dat er een groot aantal boeken verkrijgbaar is waarin een samenvatting van de middelen staat beschreven. Soms zijn de samenvattingen een opsomming van de belangrijkste kenmerken en symptomen en soms is het een samenvatting in verhalende stijl geschreven. Meestal zijn ook niet alle middelen beschreven, maar alleen die middelen die in de praktijk vele gebruikt worden. Enkele voorbeelden:

Keynotes

Allen's keynotes - H.C. Allen & Desktop companion - R. Morrisson

Binnen de homeopathie hechten we meer waarde aan bijzondere, vreemde, uitzonderlijke en zeldzame symptomen. Dit soort symptomen wijzen duidelijk naar een of een paar middelen. Dat wil niet zeggen dat altijd zomaar het middel wordt geven waar men een keynote van vindt, het is echter wel verstandig om deze mogelijkheid uit te vragen bij de patiënt. Het zal duidelijk zijn dat in de keynote boekjes alleen de symptomen en kenmerken die als keynotes beschouwd worden staan. Enkele voorbeelden:

  • Desktop guide to keynote and confirmatory symptoms; R. Morrisson
  • Keynotes & red line symptoms of the materia medica; A. von Lippe
  • Allen's keynotes; H.C. Allen

Gespecialiseerde boeken

Sommige schrijvers hebben materia medica's geschreven die speciaal gericht zijn op een bepaald onderwerp zoals bijvoorbeeld het karakter, kinderen, bepaalde organen of ziekten. De informatie uit deze boeken zijn vaak samengeraapt uit verschillende andere werken met het doel om elk middel te beschrijven met betrekking tot het specifieke onderwerp. Uiteraard zijn deze boeken vooral handig als je met betrekking tot bepaalde klachten verschillende middelen wilt vergelijken. Enkele voorbeelden:

Clinical observations of childrens remedies - F. Master
  • Clinical observations of childrens remedies; Dr. Farokh Master (kinderen)
  • The therapeutics of fever; H.C. Allen (koorts)
  • Desktop companion to physical pathology; R. Morrison (verschillende ziekten)

Verhalende materia medica

De meeste materia medica's bevatten opsommingen van symptomen die bij het betreffende middel horen. Er zijn echter ook materia medicas die een verhaal schrijven over het middel, soms zelfs op een grappige manier (om het leren makkelijker te maken). Enkele voorbeelden zijn:

Differentiaal diagnose

Om een keuze te kunnen maken tussen de vele middelen die we in de homeopathie kennen moet je de verschillen en overeenkomsten weten (of kunnen opzoeken) tussen deze middelen. Sommige boeken proberen hierbij van dienst te zijn. Ze geven in tabelvorm of in gewone tekst aan wat de verschillen en overeenkomsten zijn van bepaalde middelen ten opzichte van elkaar. Enkele voorbeelden:

  • Comparative material medica; R.H. Gross
  • Regional leaders; E.B. Nash

Het zal duidelijk zijn dat deze verschillende typen boeken zo hun eigen voor- en nadelen hebben en gebruikt moeten worden afhankelijk van de situatie en het doel.

Beoordeling

Hier kunt u uw mening over het artikel geven. Indien u aangeeft waarom u positief of negatief oordeelt kan ik hiermee rekening houden zodat ik het artikel eventueel kan aanpassen.

Uw beoordeling

Eventuele opmerkingen:

Eventueel uw email:

Anti-spam: hoeveel is 5+6?

   

Bronnen en interessante links

  • Organon of medicine; S. Hahnemann; B. Jain Publishers; 1990
  • The science of homeopathy; G. Vithoulkas; b. Jain Publishers; 1981
  • Letures on homoeopathic philosophy; J.T. kent; B. Jain Publishers; 1989
  • Artikel over Kalomel op www.nl.wikipedia.org

Met betrekking tot het gebruik van deze informatie zijn er een aantal dingen die belangrijk zijn om te weten. Deze informatie vindt u via deze link.

 

 

Nieuws

Copyright 2012 Klassieke Homeopathie Rob Willemse - webdesign Lutra Design